Het water naast de tuin staat in september al anders dan in juli
Het waterpeil langs een tuin aan een sloot of vaart in Amsterdam-Noord schommelt door het jaar heen, en dat is precies waarom een inrichting die alleen op de zomer is afgestemd, in de winter tegenvalt.

Een tuin die aan een sloot of vaart grenst, verandert door het jaar heen zonder dat er iemand aan hoeft te werken. In een droge zomer zakt het waterpeil, ligt de walkant er droog bij en oogt de rand veel breder dan hij in werkelijkheid is. Zodra het najaar aanbreekt, stijgt het peil weer, en dezelfde oever die in augustus nog een halve meter grasrand had, kan in november tot vlak bij de border reiken.
Wie een tuin aan het water in de zomer laat aanleggen, ziet dat verschil vaak pas in de eerste natte maanden erna. Een border die in juli nog ruim boven de waterlijn stond, kan in december opeens met natte voeten te maken krijgen, en een pad dat er in de zomer droog bij lag, kan in de winter opeens water vasthouden. Dat is geen fout in de aanleg maar een gevolg van het seizoen dat er bij het meten nog niet was.
Daarom kijken wij bij een opname aan een sloot niet alleen naar hoe het er op dat moment bij ligt, maar ook naar de sporen die eerdere hoge waterstanden op de oever hebben achtergelaten: een andere kleur begroeiing, een lijn in het hout van een bestaande beschoeiing, of een rand die op een bepaalde hoogte duidelijk anders oogt dan erboven. Die sporen vertellen meer over het hoogste peil van het jaar dan een enkel bezoek in de zomer ooit kan.
Voor de beplanting langs zo'n rand betekent dat: kiezen voor soorten die de hele bandbreedte aankunnen, van een droge zomer tot een natte winter, in plaats van soorten die alleen bij het huidige waterpeil goed staan. Een border die in twee seizoenen is bekeken, staat er in het derde seizoen zelden verrast bij.